Infogids Noord-Beveland Noord-Beveland Express Webcams Noord-Beveland Fiets- en wandelroutes Noord-Beveland Rondje met het pontje
Wissenkerke is tijdens zijn bestaan diverse malen onder water gelopen en steeds werd het dorp weer op een andere locatie opgebouwd. In 1530 is bij een watersnood alleen de kerktoren boven water gebleven en pas in 1652 werd het tegenwoordige Wissenkerke gesticht. De naam is waarschijnlijk een samenstelling van de persoonsnaam Wisse met kerke.

Wissenkerke is een duidelijk voorbeeld van een planmatig opgezet rechthoekig dorp. Het stratenplan loopt evenwijdig of dwars op de Voorstraat met een paar opvallende uitzonderingen. Zo loopt de Voorstraat niet als bij andere dorpen tussen twee belangrijke gebouwen en heeft de nabijgelegen Weststraat een merkwaardig slingerend verloop. Het dorp had oorspronkelijk een eigen haven maar door inpolderingen verdween de haven en slibde de toegang dicht.

Ook Wissenkerke heeft zich met campings en de nabijgelegen ‘Marina’ Sophiahaven in toenemende mate op het toerisme geconcentreerd. Wissenkerke is een fantastisch wandeldorp. In de Voorstraat met zijn fraaie oude gebouwen staat het kenmerkende gemeentehuis, dat sinds 1995 de centrale plek is voor het lokale bestuur van Noord-Beveland. Ook is er een waterpomp, die het dorp jarenlang van schoon en zoet drinkwater voorzag. Even buiten het dorp ligt de molen ‘De Onderneming’ waar ook voor particulieren meel te koop is.

Gerelateerde informatie
  Druk artikel af Verstuur artikel

Dit dorp met het grootste aantal inwoners op het eiland is van oorsprong ook het oudste. Campen was de naam van een zeer oude nederzetting, die al bestond in 976 en al in 1170 wordt de plaats als parochie genoemd. Campen is afgeleid van het Latijnse ‘Campus’, dat veld of omperkt stuk land betekent. Zoals veel dorpen in Zeeland is Campen tijdens een van de watersnoden verdwenen en in 1699 ontstond een nieuw Kamperland na bedijking van de Heer Janszpolder.

Als uitzondering op de andere Noord-Bevelandse dorpen is Kamperland niet volgens een planmatige opzet gebouwd. Vanuit de centraal gelegen Veerweg werd het dorp de beide kanten uitgebouwd en mist daardoor de rechthoekige structuur, die zo kenmerkend voor de andere dorpen is. In 1910 werd Kamperland een zelfstandige hervormde gemeente, die tot dan onder Wissenkerke viel.

Van origine was Kamperland een landbouwdorp, maar gelegen in de westpunt van het eiland aan de rand van het Veerse meer en vlakbij de Noordzee heeft het zich ontwikkeld tot een ideale verblijfplaats voor watersporters en strandgenieters. Veel bungalowparken en campings bieden een uitstekende accommodatie voor de veeleisende vakantieganger. De Kamperlandse duinen zijn een mooi wandelgebied en het brede Noordzeestrand is gelegen aan een van de schoonste zeekusten van Nederland. Aan de andere kant van de Veerse dam ligt het Veerse Meer, waar men ook uitstekend kan zwemmen, zonnen, zeilen en surfen, echter zonder de invloed van eb en vloed.

Op 5 minuten rijden van Kamperland ligt de wereldberoemde Oosterschelde stormvloedkering, die bij een storm met hoge waterstand gesloten wordt en zo het Zeeuwse achterland voor een overstroming moet behoeden. Een bezoek aan deze spectaculaire waterkering is verplichte kost en voor een boeiende uitleg over de Deltawerken is het nabijgelegen waterland Neeltje Jans, ook voor kinderen de moeite waard.

Gerelateerde informatie

  Druk artikel af Verstuur artikel

Het enige dorp op het eiland met stadsrechten. Deze werden in 1413 verleend door Jonkheer Philips van Borssele en dit was tevens de aanleiding om een nieuwe kerk te bouwen. Na een jaar bouwen ging de kerk echter door brand verloren, waarbij de rest van het uit houten huizen bestaande dorp ook werd verwoest. Na herbouw kende Kortgene een periode van welvaart, maar overstromingen maakte daar weer een einde aan. Alleen de toren van de kerk bleef als markant punt behouden en na 150 jaar, toen de dijken weer hersteld werden, werd een nieuw schip aan de toren gebouwd. In de toren hangt de beroemde klok ‘Suzanne’, die in 1674 tijdens een oorlog met Frankrijk van het eilandje Noirmoutier op bijzondere wijze in Zeeland terecht is gekomen. Bij deze kerk en de haven verrees een nieuw Kortgene, dat wederom stadsrechten kreeg.

In de 20e eeuw namen handel en verkeer toe en de veerdienst naar Wolphaartsdijk op Zuid-Beveland maakte dat de inwoners van Kortgene een wat vrijere opstelling hadden dan de andere bewoners van het eiland. Met cafés en een jaarlijkse kermis was er een sfeer van concurrentie met de andere dorpen, maar door het opgaan in de gemeente Noord-Beveland en de ontsluiting van het eiland is dit inmiddels verleden tijd.

Mede door de gunstige ligging aan het Veerse meer heeft Kortgene zich de laatste jaren sterk ontwikkeld op toeristisch gebied. In het seizoen is het er gezellig druk in de winkels en restaurants op de Kaaistraat en Hoofdstraat en in deze springlevende plaats is er op het gebied van bungalowparken en campings een ruime keus.

Gerelateerde informatie

  Druk artikel af Verstuur artikel

Centraal gelegen op Noord-Beveland ligt het kleine dorpje Geersdijk. De plaatsnaam is een combinatie van een persoonsnaam ‘Geerlof’ en ‘dijk’. Het oorspronkelijke Geersdijk dateert uit de 13e eeuw, dat toen een zelfstandige parochie was. Dit dorp heeft verschillende overstromingen niet overleeft en in 1668 is het op een andere plek volgens het rechthoekige patroon van Colijnsplaat opgebouwd.

Dit nieuwe Geersdijk kreeg in 1808 een haven, dat diende voor het verschepen van landbouwproducten. In de eerste helft van de vorige eeuw was er ook nog een aanlegplaats van de veerboot naar Zuid-Beveland. Het haventje is nog in gebruik en dient als vluchthaven voor de watersport.

Gerelateerde informatie

  Druk artikel af Verstuur artikel

Helemaal aan de oostzijde van Noord-Beveland ligt het uit 1598 daterende Kats. Een nog ouder dorp met de naam Suburchdike is in 1530 door stormvloeden verdwenen. Historici nemen aan dat de kerk van Kats indertijd verbonden was van die van Souburg op Walcheren. Het oude dorp was zeer welvarend met een drukbezochte haven. Het nieuwe Kats ontwikkelde zich maar langzaam en in 1609 bestaat het dorp uit zeven huisjes. In 1629 staan er twintig huisjes en pas in 1687 waren er voldoende bewoners om de bouw van een kerk te kunnen bekostigen.

Kats heeft zijn steentje bijgedragen aan het tot stand komen van de Deltawerken door de bouw van betonnen constructies, die over water werden vervoerd. Een opvallend grote loopkraan is nog steeds bepalend voor het aanzicht bij het naderen van het dorp. Met deze grote kraan werden de zware elementen van het fabriekterrein naar het water gereden.

De rust en ruimte hebben menig kunstenaar kunnen verleiden om hier te gaan wonen. Veel huiskamers worden tegenwoordig gebruikt als atelier of expositieruimte. De nabijgelegen Katseplaat in de Oosterschelde is een beschermd natuurreservaat en een belangrijk broedgebied voor vogels.

Gerelateerde informatie

  Druk artikel af Verstuur artikel

In 1598 werd Colijnsplaat gesticht door het droogleggen van een nieuwe polder. Joachim Michielsz en Adriaen Schaers legden de grondslag door de omtrek van het rechthoekige dorp te markeren en groeven kaarsrechte greppeltjes om de kavels te bepalen. Dit rechthoekige patroon is door de jaren heen bewaard gebleven. Een vergelijking is te maken met de veel recentere aanleg van de Ijsselmeerpolders: alles werd vooraf bepaald en uitgelegd, van het stratenplan tot aan de gebruikte bouwmaterialen toe.

Als men een bank voor zijn huis wilde hebben, dan moest die er haaks op worden geplaatst. In die tijd was het natuurlijk heel bijzonder dat een dorp zo gestructureerd werd opgezet. Gezichtbepalend is de fotogenieke Voorstraat met leuke winkeltjes en mooie huizen. Bijna alle straten in het dorp lopen evenwijdig aan deze brede dorpsstraat of staan er haaks op.

De in 1599 gegraven haven maakten Colijnsplaat tot een aantrekkelijke handelsplaats. Het graan van het eiland werd verscheept naar Schouwen en al snel werd er een veerdienst onderhouden met Zierikzee. In de eerste helft van de 17e eeuw kwam een terugslag: twee snel op elkaar volgende pestepidemieën decimeerden de bevolking en de handel en haven kwamen stil te liggen. Overal heerste armoe en honger, pas in de tweede helft van de 17e eeuw kwam er een verbetering van de levensomstandigheden.

Met de aanleg van de Zeelandbrug rond 1960 werd de veerdienst met Zierikzee overbodig en werd Noord-Beveland over de weg bereikbaar. Door de afsluiting van het Veerse Gat werd de vissershaven van Veere onbruikbaar en kreeg Colijnsplaat een nieuwe vissershaven. Er is ook een moderne jachthaven met ca. 500 ligplaatsen. U moet de vismijn zeker bezoeken, hier wordt iedere donderdag vis geveild en afhankelijk van het seizoen ook op andere dagen. Ook worden er garnalen geveild en het heeft zelfs de grootste garnalenomzet van Nederland.

Het herenhuis, het voormalige gemeentehuis, is een van de oudste gebouwen in Colijnsplaat, het werd in 1769 verbouwd tot een eenvoudig rechthoekig gebouw met een toren en een poortje. Uit hetzelfde jaar dateert het kleine zaalkerkje met een stenen torentje. Aan nog oudere tijden doet een fraaie replica van de Nehalennia tempel denken, die op een prominente plaats bij de haven is gebouwd.

Nehalennia is een godin uit de Romeinse tijd, die bescherming moest bieden aan zeevarenden en andere reizigers. Vissers hebben in de afgelopen jaren voor de kust altaarstenen van de originele tempel opgevist en archeologen nemen aan dat deze tempel in de loop van de tijd door de zee is verzwolgen.

Gerelateerde informatie

  Druk artikel af Verstuur artikel

Noord-Beveland is net als Nederland in de loop van de tijden door de mens veroverd op de zee. Het ontstaan van het eiland is een geschiedenis van inpolderingen, stormvloeden, dijkbreuken, inundaties en dijkvallen. Al vanaf het jaar 1000 waren de losse eilanden al bewoond en werden de eerste dijken aangelegd. De mensen woonden tot die tijd vaak op hooggelegen schorren en terpen en na de eerste inpolderingen ontstonden woonkernen met bebouwing.

De Elisabethvloed van 1532 vaagde echter alle bebouwing weg en alleen de kerktorens van Kortgene en Wissenkerke staken nog boven het water uit. In 1598 werd Noord-Beveland weer gedeeltelijk ingepolderd en werden de dorpen Colijnsplaat en Kats aangelegd. In 1652 volgde Wissenkerke en in 1668 Geersdijk. In 1684 werd de rest van Noord-Beveland ingepolderd met heel eenvoudige middelen en zo ontstond een welvarend landbouwgebied.

  Druk artikel af Verstuur artikel

Zeeland is door de eeuwen heen regelmatig geteisterd door watersnoden. De strijd tegen het water heeft mens en natuur gevormd en met het tot stand komen van de Deltawerken lijkt het laatste hoofdstuk van dit enerverende boek geschreven te zijn. Van de vele overstromingen zijn de St. Felixvloed in 1530, waarbij de Biesbosch ontstond en de watersnoodramp op 1 februari 1953 de meest bekende.

In 1953 was de combinatie van springtij met een noordwesterstorm niet alleen voor Zeeland, maar ook voor Zuid-Holland en Noord-Brabant catastrofaal. Op Noord-Beveland zijn dijkdoorbraken geweest bij Kats en Kortgene, waarbij op de zuidzijde van het eiland slachtoffers gevallen zijn. Op de westpunt bij het Veerse Gat waren er ook verschillende dijkdoorbraken, maar de schade bleef beperkt doordat een binnendijk het hield.

Bijzonder is het verhaal over de redding van Colijnsplaat, waarbij een overstroming werd voorkomen door het ingrijpen van de bevolking. In de doorgang tussen de haven en de Voorstraat van Colijnsplaat waren vloedplanken geplaatst zoals dit altijd bij hoog water en springtij werd gedaan. Midden in de nacht tijdens het hoogtepunt van de storm ontdekte men dat de stenen steunbeer met de planken in het midden van de coupure begon te schuiven en een aantal mannen hebben bij toerbeurt uren lang met hun volle gewicht staan duwen om het allerergste te voorkomen.

Precies op het moment dat de planken met de steunbeer het dreigden te begeven, braken de trossen van een nabijgelegen schip, dat door de storm op de kade werd geworpen en dwars voor de bedreigde coupure kwam te liggen. Het schip was zwaar beschadigd door de stranding, maar was zo een geschenk uit de hemel als golfbreker voor de wankelende steunbeer. Colijnsplaat werd hierdoor gespaard en ter herinnering aan het wonder van Colijnsplaat is een bronzen gedenkteken geplaatst in de vorm van een aanstormende golf, die door een hand wordt tegengehouden. De oorspronkelijke haven is gedempt en het dorp wordt nu beschermd door een stevige dijk op Deltahoogte.

Het watersnoodmuseum in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland geeft het complete verhaal van De Ramp en is geopend vanaf eind maart tot eind oktober. Het is ondergebracht in een scheef in het land liggend betonnen caisson, waarmee indertijd een dijkdoorbraak op Duiveland werd gedicht. Bij het waterland Neeltje Jans wordt de bezoeker duidelijk gemaakt dat overstromingen nog steeds een reële bedreiging vormen en recente overstromingen in Bangladesh en New Orleans laten zien dat het water heel snel kan omslaan van vriend tot vijand.

Gerelateerde informatie
  Druk artikel af Verstuur artikel

De meeste verbindingswegen met Noord-Beveland liggen op imposante kunstwerken, die deel uitmaken van de wereldberoemde Deltawerken. De Watersnoodramp op 1 februari 1953 heeft de uitvoering van de plannen, die al eerder waren voorzien, in een stroomversnelling gebracht.

De Zeelandbrug is het symbool geworden voor de provincie Zeeland en heeft inmiddels een grotere bekendheid gekregen dan het wapenschild met de worstelende leeuw. De ruim vijf km lange brug is veertig jaar geleden aangelegd en is als verbinding tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland veel belangrijker geworden dan men ooit had kunnen bedenken. De tijdrovende veerdienst tussen Kats en Zierikzee werd overbodig en Zuid-Beveland en Walcheren waren nu binnen zeer korte tijd over de weg bereikbaar.

Vanaf de Oosterscheldedijk bij Colijnsplaat heeft men een mooi uitzicht op de opvallende brug, waaraan geen architect te pas is gekomen. De 54 betonnen pijlers in een omgekeerde V-vorm werden gefabriceerd in het nabijgelegen Kats, evenals de 52 overspanningen met een lengte van ieder 95 meter. De bouw begon in juli 1963 en koningin Juliana opende de brug in december 1965. Pas twee jaar later kreeg het officieel de naam Zeelandbrug en in 1978 volgde de tweede verbinding in de vorm van de Oosterscheldedam. Sinds 1993 is de Zeelandbrug voor alle verkeer tolvrij.

Na de watersnoodramp in 1953 werden de plannen tot afsluiting van de zeearmen in het Deltagebied in een versneld tempo uitgevoerd. Het oorspronkelijke Deltaplan van voor de oorlog voorzag in de afsluiting van alle riviermonden: de Westerschelde, de Nieuwe Waterweg, de Oosterschelde, het Haringvliet en het Brouwershaven Gat. Vanwege het economisch belang moesten de Westerschelde en de Nieuwe Waterweg open gehouden worden, langs deze waterwegen moesten de dijken dus worden versterkt. In 1950 werd begonnen met de afdamming van het Brielse Gat en de Botlek.

De langzame uitvoering van het Deltaplan werd verlaten toen in 1953 tijdens een noordwesterstorm 150.000 hectare land onder water kwam te staan en 1836 mensen het leven lieten. Al in 1958 werd de stormvloedkering in de Hollandse IJssel in gebruik genomen, die dient om de dichtbevolkte Randstad tegen overstroming te vrijwaren.

In 1961 volgen als eerste werken in Zeeland: de afdamming van het Veerse Gat en de Zandkreek. Zo ontstond het Veerse Meer. Het plan was om ook de Oosterschelde af te dammen en het water zou dan net als in het Veerse Meer en het Haringvliet langzaam zoet worden. Vanuit de natuurbeweging en de Zeeuwse bevolking ontstond al snel een grote weerstand tegen deze ingreep. Het unieke zoutwatermilieu zou dan worden opgeofferd voor de veiligheid en niet alleen het milieu, maar ook de visstand zou te lijden hebben van de afsluiting. Tegen alle verwachtingen in werd er in 1976 in den Haag een plan goedgekeurd waarin de Oosterscheldedam van een aantal sluizen werd voorzien, die alleen bij extreem hoog water gesloten zouden worden.

Totaal 62 openingen van elk 40 meter breed werden in de kering aangebracht om de getijdenwerking zo goed mogelijk in stand te houden. De Oosterscheldekering is internationaal vermaard als een van de grootste bouwwerken ter wereld. De kosten van het project waren wel aanzienlijk gestegen, zo’n 2,5 miljard euro was gemoeid met de bouw van het achtste wereldwonder. Het Waterpark Neeltje Jans ligt op wandelafstand van de waterkering en geeft met beeld, tekst en maquettes uitleg over een stuk Hollands Ingenieursglorie.

Gerelateerde informatie
  Druk artikel af Verstuur artikel

Johannis de Rijke, Zeeuws waterbouwkundige van internationaal kaliber. In Colijnsplaat staat op de hoek van de Havelaarstraat en de Oostkerkstraat een borstbeeld van de waterbouwkundige Johannis de Rijke, waar zo nu en dan een groepje fotograferende Japanners bij te zien is. Hij werd op 5 december 1842 in Colijnsplaat geboren als zoon van een dijkwerker en studeerde wis- en werktuigkunde en was al op jeugdige leeftijd werkzaam als opzichter bij verschillende waterstaatkundige werken in Zeeland.

Op 28-jarige leeftijd was hij opzichter bij de bouw van de Oranjesluizen bij Schellingwoude (Amsterdam), dat zeven jaar later succesvol werd afgerond. De al in Japan werkzame ingenieur Cornelis van Doorn vroeg De Rijke om mee te werken aan een nieuw ontwerp voor de haven van Osaka. En zo vertrok hij in 1873 met vrouw en kinderen naar Japan, niet als bouwopzichter maar als ingenieur in Japanse dienst voor een jaarsalaris van 350 yen, in die tijd een veelvoud van wat hij in Nederland verdiende.

Hij zou er dertig jaar blijven en verwierf er een grote bekendheid die tot aan de huidige tijd voorduurt. Osaka heeft zijn reputatie van een goed bereikbare zeehaven volgens Japanners aan De Rijke te danken. Hij ontwierp voor de ingang van de baai twee strekdammen, die de schepen bescherming boden tijdens het in- en uitvaren. Andere waterwerken volgden in Tokio en Yokohama, terwijl gebieden met wateroverlast werden beschermd door het toepassen van technieken, zoals ze nog steeds te zien zijn op Noord-Beveland in de vorm van kribben en oeverversterkingen van rijsthout.

Definitieve roem verwierf De Rijke door de aanleg van een belangrijk tunnelkanaal van het Biwameer naar Kyoto, waarvoor de Japanse keizer hem de Orde van de Heilige Schat verleende. Sindsdien waren De Rijke en zijn vrouw regelmatige bezoekers van het keizerlijke paleis met de vermelding dat ‘zijn bijdragen aan de waterstaat in Japan niet te tellen zijn’. Er is een museum aan zijn werk gewijd en in Nagoya werd in 1987 bij de honderdjarige herdenking van het tot stand komen van een kanalisatieproject een vier meter hoog bronzen standbeeld van Johannis de Rijke onthuld.

Een kopie van dit beeld staat in het havengebied van Colijnsplaat. De inwoners van Colijnsplaat zijn inmiddels gewend geraakt aan de groepen Japanners, die de geboorteplaats van de in 1913 op 70-jarige leeftijd overleden Zeeuwse waterbouwkundige willen bezoeken en daar een lange reis voor over hebben.

  Druk artikel af Verstuur artikel

Originele afbeeldingOpvallend is het gebouwtje dat bij de toegang van de haven van Colijnsplaat staat. Het is een replica van een tempel oorspronkelijk gewijd aan Nehalennia, de enige bekende godin in de mythologie van Zeeland. Het gebouwtje is 4 bij 4 meter en wordt omringd door 20 zuilen. Er zijn originele Romeinse dakpannen en vloerdelen gebruikt en voorbijgangers kunnen door glazen platen naar binnen kijken. Op bepaalde tijden is de tempel open voor het publiek en worden er exposities gehouden.

Originele afbeeldingVolgens overlevering was Nehalennia de beschermvrouwe van vissers en zeelui, die haar offers brachten voor een behouden vaart. In 1970 vond de visser K.J. Bout uit Yerseke delen van een Nehalennia-altaar in zijn netten voor de kust van Colijnsplaat. Op dezelfde plek viste hij later ca. 200 votiefstenen op en resten van een Romeins bouwwerk. Vermoedelijk heeft deze tempel op het in de 17e eeuw verdwenen eiland Orizant gestaan. In 1647 werden al altaarstenen gewijd aan Nehalennia gevonden in de duinen van Domburg en de grootste collectie van deze stenen is bijeen gebracht in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Originele afbeeldingDe tempel in Colijnsplaat is volgens archeologen een natuurgetrouwe weergave van een aantal door de Romeinen gebouwde tempels in het begin van onze jaartelling. Zeeland maakte toen deel uit van de Romeinse provincie Gallia Belgica en lag aan de grens van het groot-Romeinse rijk. Koopvaardijschepen met handelaren in zout en wijn onderhielden bloeiende handelsbetrekkingen tussen Germania Inferior (Keulen) en Britannia. De schepen vertrokken vanuit Zeeland en iedere keer als de handelaren behouden terugkwamen, offerden ze een steen met een gedenkschrift aan Nehalennia.

Originele afbeeldingNa het uiteenvallen van het Romeinse rijk kwam Zeeland in de periode van 300 tot 900 grotendeels onder water te staan en werd het onbewoonbaar. De Nehalenniatempels verdwenen in het water en in de vergetelheid om pas weer in 1647 en 1970 boven te komen uit het zand en het water. Luctor et emergo klinkt als een requiem voor een Zeeuwse godin.

Gerelateerde informatie
  Druk artikel af Verstuur artikel